Uit: Tijdschrift Samen Bevallen, maart 2005
In januari van dit jaar had de redactie een interview met een Amerikaanse doula: Debra Pascali. De grote herkenning was dat zij – evenals ik - al 20 jaar zwangerschapsbegeleidster was. Alleen was zij op deze manier in het werk van doula gerold.
Debra Pascali-Bonaro is al 20 jaar zwangerschapsdocente of childbirth-educator in Amerika in de staat New Jersey (onder de rook van New York). Tijdens haar zwangerschapscursussen bood ze haar cursisten aan om eventueel bij de bevalling aanwezig te willen zijn om een helpende hand te bieden. En zo werd zij doula. Ze realiseerde zich pas dat zij doula was toen ze het al enige jaren deed en een artikel over doula’s las. Ze heeft zich toen bij andere doula’s aangesloten. Penny Simkin, de schrijfster van Beter Bevallen (The Labor Progres Handbook) had inmiddels DONA (Doula Organisation for North Amerika) opgericht en Debra sloot zich hierbij aan. Inmiddels is Debra ook doula-trainster, zij geeft workshops waarin ze vrouwen leert hoe je je als doula moet gedragen ten opzichte van de barende vrouw.
Debra startte als cursusleidster van de Bradley-cursus, een zwangerschapscursus voor paren. Dr.Robert Bradley heeft deze cursus ontwikkeld. In zijn kindertijd woonde hij op het platteland en daar zag hij dus hoe dieren jongen kregen. Hij leerde dat dieren hier instinctief mee omgaan en hij vroeg zich af waarom de mens inmiddels zo veel medische en technologische hulp nodig had om te baren. Hij had een vast geloof in de natuurlijke bevalling, gesteund in zijn ideeën door het pionierswerk van Dick-Read. Toen hij als arts bevallingen ging begeleiden startte hij ermee om vrouwen aan te leren het instinctieve en natuurlijke gedrag van dieren als uitgangspunt voor hun bevalling te zien. Hij zette een cursus op waarin vrouwen vooral leerden hoe zij vertrouwen in hun eigen lichaam konden krijgen. Ze moesten terugkeren naar hun instinctieve gevoelens. Hij was geen voorstander van het aanleren van vaste patronen in ademhalingsvariaties, hij wilde dat vrouwen deden wat hen hielp, afgestemd op hun eigen behoefte tijdens de bevalling. Eigenlijk in de trant van de theorieën van Michel Odent. Hij ging vooral uit van een langzame, natuurlijke ademhaling en totale ontspanning. Zijn idee was dat de vrouw zich bewust moet zijn van haar eigen kunnen en dat er niet zoals bij de Lamaze-methode afleiding wordt gecreëerd om het ongemak van de bevalling op te vangen. De partner leerde hij hoe hij zijn vrouw kon ondersteunen en haar kon helpen om bij zichzelf te blijven. Het was dus in feite de tegenovergestelde benadering van de bevalling als je het vergeleek met de Lamaze-cursussen. Die waren erg gericht op strakke ademhalingspatronen, afleiding zoeken voor de pijn en op dat moment in Amerika: vooral doen wat er van je verwacht wordt (op je rug gaan liggen, benen omhoog en niet zeuren). De laatste jaren heeft de Lamaze-cursus in Amerika een hele verandering doorgemaakt. Ze gaan nu uit van de drie R’s van relaxation, ritme en rituals (rituelen). Dit betekent ontspanning, ritme (een vrouw kan baat hebben bij het ritmisch bewegen of het ritmisch ademhalen of een ritmisch geluid, maar zijzelf bepaalt wat zij kiest en gebruikt en ook de ademhaling is iets wat zij zelf ontwikkelt en ontdekt) en rituals. De rituelen zijn vooral herhaalde handelingen zoals massage, tegendruk geven, maar het kan ook iets spiritueels zijn. Ook hier geldt weer: datgene wat de vrouw aanspreekt.
Toen Debra namens de Bradley-cursus childbirth-education in andere landen wilde verspreiden, werd dit haar verboden door het echtpaar dat zich als enigen het recht voorbehoudt om de cursusleidsters van de Bradley-cursus te trainen en op te leiden. Kort daarna ontdekte Debora dat de Lamaze-cursus erg is veranderd en veel meer openstaat voor de instinctieve benadering van de bevalling. Zij kon daar examens doen waardoor zij niet alleen Lamaze-cursusleidster werd, maar tevens Lamaze trainster. Dus mag zij ook opleiden tot cursusleidster van de Lamaze-cursus.
In Amerika zijn heel veel zwangerschapsdocenten tevens doula, maar er zijn ook vrouwen die alleen maar doula zijn. Als doula bezoek je een zwangere vrouw 1 of 2 keer voor een kennismaking en een voorbereidend gesprek. Je bespreekt de verwachtingen van de vrouw ten aanzien van de bevalling en je maakt afspraken over je rol als doula tijdens haar bevalling. Rondom de uitgerekende datum heb je wat vaker telefonisch contact om ervoor te zorgen dat je ook op tijd aanwezig bent. Dan ga je zodra de bevalling begint en blijf je bij de vrouw tot enkele uren na de geboorte van de baby. Dit kan bij een thuisbevalling zijn, maar ook bij een ziekenhuisbevalling. Na afloop gaat de doula nog een keer terug om over de bevalling na te praten. In Amerika heeft de doula ook een rol in de begeleiding van de borstvoeding en dat kan betekenen dat er wat vaker contact is na de bevalling.
Degenen die de doula’s trainen zijn in feite childbirth-educators, die ook doula zijn. Dit omdat deze vrouwen gewend zijn om trainingen en lessen te geven. Je kunt doula-trainster worden als je 10 zwangerschapscursussen hebt gedraaid. Toch is het heel onduidelijk wat een doula nu precies moet leren, want ze is vooral helpend en steunend aanwezig bij de bevalling. En ze moet meer doen met haar hart en handen dan met haar hoofd. Deskundigheid is niet zo zeer haar belangrijkste gereedschap, want dat is de afdeling voor de verloskundige. Zij is de zorgende en helpende en vooral stimulerende kracht. Een onderzoek in Amerika over de resultaten van constante begeleiding tijdens de bevalling tussen twee groepen vrouwen: opgeleide doula’s en helpende vrouwen zonder opleiding, toonde aan dat vrouwen die niet op de rol van doula zijn voorbereid beter uit de bus kwamen dan hun opgeleide collega’s. Mogelijk omdat ze minder wisten en minder met hun hoofd bezig waren, maar met hun hart en handen. Als Debora workshops geeft voor aanstaande doula’s houdt ze zich ook veel meer bezig met de intimiteit tussen vrouwen, het verbinding maken met elkaar, dan met theoretische stof. Vrouwen moeten in staat zijn om met een andere vrouw een sfeer te creëren waarin beiden zich veilig voelen.
Zo is er altijd gesteld dat het adrenaline het ‘vlucht-en-vecht’ hormoon is. Maar recente onderzoeken tonen aan dat deze stelling vooral geldt voor mannen. Als er gevaar dreigt moeten mannen vluchten of vechten. Vrouwen daarentegen reageren anders op adrenaline: zij zoeken een andere vrouw op om het dreigende gevaar mee te bespreken of om samen een oplossing te zoeken. Vroeger ging de man jagen en dan had hij zeker het vlucht en vecht gedrag nodig. De vrouwen bleven thuis met de kinderen. Zij reageren op dreigend gevaar door kalm te blijven, andere vrouwen op te zoeken, samen te scholen en samen oplossingen te zoeken. En op het moment dat een vrouw zo op haar adrenaline reageert wordt ze weer rustiger en kan de oxytocine weer stromen. Het blijkt dat als twee vrouwen samen het ‘gevaar’ trotseren dat de oxytocineproductie bij beiden toeneemt. Een doula krijgt tijdens de bevalling ook vaak te maken met een hoger oxytocine-gehalte in haar bloed. Zij brengt rust, niet alleen voor de moeder maar ook voor de aanstaande vader. Die, zoals uit onderzoek blijkt, minder in staat is om dit effect op zijn vrouw te hebben. Natuurlijk heeft hij ook een heel belangrijke rol en stroomt er ook oxytocine in zijn bloed tijdens de bevalling, maar in mindere mate. De combinatie van twee vrouwen versterkt de oxytocine-uitstoot, vooral bij de barende vrouw.
Thea van Tuyl