Uit: New Generation/New Digest, tijdschrift van NCT in Engeland maart 2000, vertaling verschenen in: Tijdschrift Samen Bevallen oktober 2001
Maakt het voortdurende contact tussen een barende vrouw en een ‘begeleidende persoon’ verschil uit voor het verloop van de bevalling? Met deze vraag als uitgangspunt is er gekeken naar overzichten van het Cochrane-bestand (een bestand met wetenschappelijke reviews over alle therapieën in de gezondheidszorg). Uit studies naar bevallingservaringen blijkt dat vrouwen de steun en bemoediging van een sympathiek persoon tijdens de bevalling zeer op prijs stellen.
Voor dit artikel is gekeken naar 13 onderzoeken waarbij meer dan 4000 vrouwen
waren betrokken. De onderzoeken vonden in verschillende landen in de wereld
plaats, waaronder: België, Canada, Finland, Griekenland, Guatemala, Mexico,
Zuid-Afrika en de USA.
In 7 van deze onderzoeken werden de vrouwen tijdens hun bevalling vergezeld
door hun partner (of een andere vriend of vriendin van eigen keus). In de andere
6 onderzoeken werden partners volledig buitengesloten en er werden ook geen
andere vertrouwde personen toegelaten om de vrouw te ondersteunen. Bij 7 van
deze onderzoeken was degene die de vrouw ondersteuning gaf iemand van het ziekenhuispersoneel,
bijv. vroedvrouw, verpleegkundige of leerling vroedvrouw. Bij 4 onderzoeken
was degene die de vrouw ondersteunde een ‘lay woman’ (leek); bij
1 onderzoek ging het om een zwangerschapsbegeleidster en in het laatste onderzoek
werd de steun gegeven door een gepensioneerde verpleegster. In alle gevallen
was er van te voren geen sociaal contact tussen de barende vrouw en haar begeleidster.
Alle begeleidende personen waren getraind voor deze rol. De begeleiding tijdens
de bevalling bestond uit: constante aanwezigheid, zachte aanrakingen en prijzende,
bemoedigende woorden.
Het Cochrane-overzicht beoordeelt de effecten van deze constante begeleiding tijdens de bevalling op moeder en kind. Dit alles is bezien vanuit de gebruikelijke setting van de ziekenhuiszorg. Verder wordt er beoordeeld of er een verschillend effect ontstaat als deze begeleiding wordt gegeven door iemand die zelf door de a.s. moeder is uitgekozen. Er is gekeken naar:
- het type ingrepen tijdens de bevalling;
- de duur van de bevalling;
- welke complicaties er optraden tijdens en na de bevalling;
- hoe de borstvoeding verliep;
- de psychosociale effecten op de moeder, inclusief ontstaan PND
De resultaten van al deze studies kwamen veel met elkaar overeen. Vrouwen die constante begeleiding kregen van een getrainde begeleidster tijdens de ontsluitingsfase:
- hadden minder pijnstilling nodig (inclusief epidurale verdoving);
- hadden minder vaak een tang- of vacuümverlossing;
- hadden minder vaak een keizersnede;
- gaven makkelijker borstvoeding (minstens 4-6 weken na bevalling)
- leken minder gespannen tijdens de ontsluiting;
- leken goed de weeën op te kunnen vangen en de bevalling goed te kunnen
doorstaan;
- leken de ontsluitingsfase minder erg dan verwacht te vinden;
- hadden een hoger niveau van persoonlijke controle gedurende de bevalling;
- leken over het algemeen meer tevreden;
- leken minder vaak een baby te hebben met een lagere Apgarscore dan 7 (na 5
minuten).
De duur van de bevalling was slechts iets korter in de groep die constante begeleiding kreeg met een klein verschil van 19 minuten. Dit heeft geen betekenis.
Individuele testen toonden aan dat vrouwen die constante begeleiding kregen tijdens de bevalling minder problemen leken te hebben tijdens de ontsluiting en minder vaak een knip nodig hadden. Voordelen op de langere termijn waren: het moederschap makkelijker vinden en er trad minder vaak een post partum depressie op. Het profijt van constante begeleiding werd ook bereikt als de partner aanwezig was. Er kan gesteld worden dat ook de begeleiding van de partner of een door de vrouw uitgekozen vertrouwde persoon hetzelfde effect heeft op de bevalling als de begeleiding van een getrainde persoon. Uit de onderzoeken bleek verder dat er geen negatieve effecten ontstaan door constante begeleiding tijdens de bevalling. Helaas hebben (Engelse) vroedvrouwen in de drukke verloskamers in het ziekenhuis waar een hoog percentage ingrepen en interventies plaats vinden weinig tijd om vrouwen constant te begeleiden tijdens de ontsluiting. Zij besteden aanzienlijk meer tijd aan minder effectieve activiteiten.
De schrijfster van dit artikel, Tricia Anderson, vraagt zich nog af:
Of er misschien toch enig verschil is tussen de effectiviteit van de begeleiding
door een getrainde persoon uit de gezondheidszorg of een speciaal getrainde
leke-vrouw (lees doula); of er nog andere voordelen ontstaan met betrekking
tot de gezondheid van de baby, speciaal in risicovolle situaties. Ze gaat uit
van het gegeven dat uit deze onderzoeken blijkt dat de Apgarscore hoger is.
Tenslotte vraagt ze zich af of deze een-op-een begeleiding financieel haalbaar
is en misschien zorgt voor een positief kostenplaatje.
Vertaling: Thea van Tuyl