
Tijdens je zwangerschap, bevalling en kersverse moederschap krijg je te maken met diverse zorgverleners: de verloskundige en/of gynaecoloog, een kraamverzorgster en misschien wel een doula. Van alle zorgverleners is de lactatiekundige dé specialist op het gebied van borstvoeding. Maar wat kunnen andere zorgverleners voor je betekenen wanneer je borstvoeding wilt geven?
In deze serie nemen we enkele zorgverleners onder de loep. We beschrijven wat hun taak is in
het proces van kinderen krijgen, maar vooral wat hun rol is bij het beginnen en onderhouden van de borstvoedingsrelatie met je kind. In deze BN vind je aflevering 1 en 2. In deel 1 leiden we de serie in met een overzicht van de standpunten van diverse zorgverleners. In deel 2 komt de doula aan bod. In de volgende delen zullen we het hebben over onder andere de verloskundige, gynaecoloog, huisarts, kinderarts, kraamverzorgster en lactatiekundige.
De meeste organisaties die betrokken zijn bij de begeleiding van zwangere vrouwen en/of jonge kinderen hebben op schrift staan hoe ze tegen borstvoeding aan kijken. De VBN heeft tien standpunten over borstvoeding. Sommige organisaties noemen het uitgangspunten of visie, andere doen in hun informatiemateriaal uitspraken zonder ze een stempel te geven. Hieronder geven we een overzicht.
Koninklijke Nederlandse Organisatie van Verloskundigen (KNOV)
Visie: “De KNOV vindt borstvoeding de beste keuze voor zuigelingen. Daarom wil de KNOV vrouwen ondersteunen en stimuleren bij het maken van een goed geïnformeerde keuze over het geven van de juiste voeding aan hun kind. De KNOV onderschrijft de verklaring van de WHO (World Health Organisation) en UNICEF over de voeding van baby’s en jonge kinderen : “Breastfeeding is an unequalled way of providing ideal food for the healthy growth and development of infants; it is also an integral part of the reproductive process with important implications for the health of mothers” (Borstvoeding is een niet te evenaren manier om zuigelingen de ideale voeding te geven voor een gezonde groei en ontwikkeling. Het is bovendien integraal onderdeel van het proces van de voortplanting met belangrijke implicaties voor de gezondheid van moeders). De KNOV ondersteunt de organisatie Zorg voor Borstvoeding die verloskundige praktijken met een borstvoedingsvriendelijk beleid certificeert.” Bron: website KNOV, www.verloskundigeninned erland.nl/home/50zwangerschap/60borstvoeding/ 10knov-visie
Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG)
Voorlichting aan zwangeren: “Borstvoeding wordt wereldwijd als eerste keus voor babyvoeding aan
geraden. Als dit niet kan, is flesvoeding een goed
alternatief.”
Bron: brochure ‘Zwanger! Algemene informatie’.
Versie 2007. www.nvog.nl/files/zwanger2007.pdf
Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG)
Richtlijn voor huisartsen: “Steun vrouwen die voor borstvoeding gekozen hebben, actief. Borstvoeding moet de tijd krijgen om op gang te komen. Kort na de geboorte aanleggen, rooming-in, voeden op verzoek en niet bijvoeden, dragen bij aan het slagen van borstvoeding. Wegen voor en na de voeding is niet nodig.” Bron: NHG-Standaard ‘Zwangerschap en kraamperiode’. Datum: 29-03-2006. nhg.artsennet.nl/ upload/104/standaarden/M32/start.htm
Voorlichting aan zwangere en pasbevallen moeders: “Borstvoeding wordt aangeraden, omdat moedermelk stoffen bevat die uw kind tegen infecties beschermen. Met borstvoeding heeft uw kind ook minder kans om een allergie te ontwikkelen. Als borstvoeding niet lukt, of als u medicijnen neemt die in de moedermelk terechtkomen, is flesvoeding een goed alternatief” Bron: NHG-Patiëntenbrief ‘De moeder in de kraamtijd’. Versiedatum oktober 2003. nhg.artsennet.nl/uri/?uri=AMGATE_6059_104_ TICH_R187807173064552
Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde (NVK)
Standpunt voor kinderartsen: “Borstvoeding is de aanbevolen voeding voor alle zuigelingen, ook vanuit het oogpunt van preventie van allergie. Tijdens de eerste levensdagen dient borstvoeding maximaal gestimuleerd te worden. Bijvoeding in de eerste levensdagen dient uitsluitend op strikte medische indicatie te worden gegeven. Dit geldt in het bijzonder voor pasgeborenen met een allergische achtergrond (i.e. enkelpositieve gezinsanamnese).” Bron: ‘NVK-standpunt inzake bijvoeding tijdens de eerste levensdagen’. Datum 28 juni 2007. www.nvk.pedianet.nl/pdfs/standpunt_nvk_bijvoeding_jun20070.pdf
Koepelorganisaties kraamzorg
Onder andere ActiZ (Brancheorganisatie voor zorgondernemers, voorheen Z-org/LVT), BTN (Branchebelang Thuiszorg Nederland) en Sting (Landelijke beroepsvereniging verzorging en zorgprojecten). Protocol voor kraamzorginstellingen: “In het Basispakket is het geven van borstvoeding als onderdeel van kraamzorg opgenomen. Hiermee is aangesloten bij het advies van de WHO, dat ook in Nederland is overgenomen, namelijk dat borstvoeding de eerste keuze is boven kunstvoeding in verband met de aantoonbare gezondheidswinst die dit oplevert. Wanneer dit niet het geval is, is sprake van de factor “kunstvoeding geven”. De intaker zal in het intakegesprek met de aanstaande kraamvrouw aandacht besteden aan de afwegingen die de aanstaande kraamvrouw maakt ten aanzien van de voeding voor haar kind. De intaker zal de informatie aanpassen aan de situatie van de aanstaande kraamvrouw, zodat de aanstaande kraamvrouw een besluit kan nemen over al dan niet borstvoeding geven. De intaker is zich ervan bewust en heeft hiervoor respect, dat een deel van de aanstaande kraamvrouwen om (medisch) noodzakelijke redenen geen borstvoeding kunnen geven.” Bron: Indicatieprotocol Kraamzorg, versie 2, 2006. www.sting.nl/upload/LIK_versie2_2006.pdf
Nederlandse Vereniging van Lactatiekundigen (NVL)
“Borstvoeding is de beste babyvoeding!” Bron: website NVL, www.nvlborstvoeding.nl > Particulieren
Nederlandse Beroepsvereniging voor Doula’s
De melk van de moeder is de meest natuurlijke voeding voor een baby, compleet afgestemd op haar baby; iets beters bestaat er niet. Negen maanden lang heeft de moeder de baby laten groeien en ontwikkelen in haar buik; borstvoeding is een vanzelfsprekende voortzetting van de natuurlijke ontwikkeling van de moeder en baby na de geboorte. Borstvoeding geven bevordert het hechtingsproces van moeder en kind. De NBvD ondersteunt zwangere vrouwen bij het kiezen voor de juiste voeding voor hun kind. Bij borstvoeding beveelt de NBvD aan zowel praktische informatie als morele steun aan te bieden, om het zelfvertrouwen en de zelfredzaamheid van de ouders te vergroten en de borstvoeding naar wens te laten verlopen.
Bron: Nederlandse Beroepsvereniging voor Doula’s
Voedingscentrum
Uitgangspunten voor onder andere consultatiebureaus: “Moedermelk is de beste voeding voor zuigelingen en bevordert een goede gezondheid”, “Borstvoeding moet worden bevorderd en ondersteund. Zorgverleners hebben daarin een bijzondere verantwoordelijkheid”, “Voeden op verzoek, rooming-in en zorgvuldig aanleggen vormen een belangrijke basis voor een goede start van de borstvoedingsperiode” en “Tot de leeftijd van ongeveer zes maanden heeft het kind over het algemeen geen andere voeding nodig dan moedermelk. Daarna kan de borstvoeding, gecombineerd met andere voedingsmiddelen, doorgaan zolang moeder en kind dat willen.” Bron: brochure ‘Voeding van zuigelingen en peuters. Uitgangspunten voor de voedingsadvisering voor kinderen van 0-4 jaar’. Editie 2007. www.voedingscentrum.nl/NR/rdonlyres/D8438A511161-4BE6-BE3A-39257A9B94C5/0/voedingzuigel ingenenpeuters.pdf
Vereniging Borstvoeding Natuurlijk (VBN)
De Standpunten zijn een uiteenzetting van de VBN-visie op borstvoeding, de ondersteuning en begeleiding daarvan en op het verstrekken van informatie hierover aan (aanstaande) ouders en de rest van de Nederlandse samenleving.
beschikken over de kennis, attitude en praktische vaardigheden die nodig zijn om borstvoeding te beschermen, te bevorderen en te ondersteunen.
9. Het bevorderen van het zelfvertrouwen en de zelfredzaamheid van de ouders is een belangrijke factor om de borstvoeding naar hun wens te laten verlopen. Het verstrekken van goede in-
Deel 2:
Benita Verheem
Volgens de media is een doula het nieuwste van het nieuwste, maar niets is minder waar. Een doula biedt immers ondersteuning aan barende vrouwen zoals dat al eeuwenlang wereldwijd wordt gedaan.
Wat is een doula?
Een doula begeleidt ouders door er tijdens de héle bevalling simpelweg voor hen te zijn met emotionele en praktische steun. Een doula kun je het best omschrijven als een zwangerschaps- en bevallingscoach. Ze is een ervaren en kundige vrouw, die aanstaande ouders op een niet-medische manier emotioneel en fysiek ondersteunt tijdens de zwangerschap, de geboorte van hun kindje en in de periode erna. Zij blijft gedurende de hele bevalling aan de zijde van de barende vrouw.
Waarom een doula?
Al sinds mensenheugenis helpen vrouwen andere vrouwen bij de geboorte van hun kinderen. De barende wist zich gesteund en voelde zich veilig, evenals de partner. Tegenwoordig is bevallen steeds meer een medische aangelegenheid geworden, en moet het ondersteunende en ontspannende gezelschap van familieleden (moeders, tantes, oudere zusters), vriendinnen en buurvrouwen die met raad en daad terzijde staan, meestal worden gemist. De doula kan dit gemis opvullen met haar aanwezigheid. Doula is dus enkel een nieuwe term voor een heel oud beroep.
Nederland heeft een fantastisch verloskundig systeem. Vrouwen mogen hier immers kiezen waar en hoe ze willen bevallen. In Nederland is er echter Nederland heeft zowel bij de thuis- als de ziekenhuisbeeen fantastisch valling niet constant een zorgverlener verloskundig aanwezig. In het ziekenhuis blijft dezelfde verpleegkundige weliswaar tijdenssysteem haar dienst in de buurt, maar zij heeft vaak meerdere vrouwen onder haar hoede. De verloskundige blijft zowel in het ziekenhuis als bij een thuisbevalling doorgaans pas bij de barende vrouw
formatie is daar een essentieel onderdeel van.
10.Ouders hebben recht op wetenschappelijk gefundeerde, consistente informatie over borstvoeding. Deze informatie moet toegankelijk en begrijpelijk zijn.
Bron: VBN-Standpunten, http://www.borstvoedingn atuurlijk.nl/page.asp?id=251186

vanaf het moment dat de uitdrijvingsfase in zicht komt. En de kraamverzorgster wordt bij de thuisbevalling meestal pas gebeld vanaf zeven centimeter ontsluiting. Een doula biedt echter gedurende de hele bevalling ondersteuning, ongeacht hoe lang de bevalling duurt. Deze continue geruststelling zorgt ervoor dat het stresshormoon adrenaline niet de werking van andere voor een bevalling zo essentiele hormonen (o.a. oxytocine) teniet kan doen.
Wetenschappelijk onderzoek heeft inmiddels aangetoond dat continue aanwezigheid van een doula een gunstige invloed heeft op het verloop van de bevalling. Bevallingen met een doula duren vaak minder lang, worden als minder pijnlijk ervaren en gaan aanzienlijk minder vaak gepaard met complicaties (onder andere keizersnedes). Vrouwen die het zelf meegemaakt hebben, kijken dan ook met meer tevredenheid op het baringsproces terug.
Borstvoeding
Volgens Dr. G. Hofmeyr (Hofmeyr et al., 1991) uit Johannesburg, Zuid-Afrika, hebben vrouwen die door doula’s werden ondersteund tijdens hun bevalling meer kans op slagen bij het geven van borstvoeding aan hun kinderen. Deze vrouwen blijken langer volledige borstvoeding te geven op verzoek. Moeders die niet waren ondersteund door doula’s hadden gemiddeld vier keer vaker problemen met de borstvoeding en gaven drie keer vaker geen borstvoeding na zes weken. Hierbij is van belang te melden dat de doula’s in deze studie geen ondersteuning na de bevalling gaven. De doula’s bij deze studie waren leken (ze hadden slechts een weekendtraining gevolgd) aan wie werd gevraagd de moeders tijdens de bevalling bij te staan. Hun taak was met verbale communica-
Doula Benita in actie
JOHANNESBURG-STUDIE
Voeding na zes weken
Alleen borstvoeding Voeding op verzoek Andere voeding dan melk Problemen met voeding
Observatie moeder na zes weken
Moeder pakt baby altijd op als deze huilt Uren niet bij de baby per week
* Significant verschil ** Zeer significant verschil Zonder doula 29,3% 46,7% 53,3% 62,7%
Zonder doula 40% 6,6 Met doula 51,4%** 81,1%** 17,6%** 16,2%**
Met doula 80%** 1,7*
WOLMAN, W.L. (1991). Social support during childbirth, psychological and physiological outcomes. MA-dissertatie, Universiteit van
Witwatersrand, Johannesburg.
tie en aanraking aandacht te besteden aan drie primaire factoren: het de moeder comfortabel maken, haar geruststellen en haar complimenteren. Deze doula’s verklaarden aan de onderzoekers dat ze de moeders geen specifieke informatie over borstvoeding hadden gegeven en ook niet hadden geholpen bij het eerste aanleggen. Enkel door de emotionele ondersteuning tijdens de bevalling bleken de borstvoedingscijfers te zijn gestegen! De continue ondersteuning tijdens de bevalling had ook enorm positieve gevolgen voor het psychologische welzijn van de moeders en kinderen in de doulagroep (zie ook kader).
Op de vragenlijst konden de moeders die waren gestopt met de borstvoeding aangeven waarom ze gestopt waren. Interessant genoeg bleek 32% van de moeders zonder doula dit te wijten aan onvoldoende moedermelkproductie, tegenover 13% van de moeders met doula-ondersteuning. Misschien komt dat doordat de moeders die werden ondersteund door een doula hun eigen lichamen als sterk en capabel zagen, terwijl de moeders die geen doula-ondersteuning hadden gehad hun lichamen als gebrekkig beschouwden. De vrouwen werd ook gevraagd wat ze van het moederschap vonden. 44,6% van de moeders met doula’s beweerde dat ze het makkelijk vonden om moeder te zijn geworden, tegenover slechts 10,7% van de moeders zonder doula. Bij de vraag of ze ‘goed kunnen omgaan met de baby’ antwoordde 90,5% van de moeders met doula bevestigend, in vergelijking met 65,3% van de niet-ondersteunde moeders. Hiermee lijkt een bevalling waarbij vrouwen zich onvoldoende ondersteund voelden, gevolgen te hebben op het zelfbeeld van de moeder, haar vaardigheid als moeder en haar bereidheid haar kind borstvoeding te geven.
Een conclusie van Dr. Hofmeyrs onderzoeksteam was dan ook: “We moeten de vooronderstelling accepteren dat het baringsproces een periode is met buitengewone gevoeligheid voor omgevingsfactoren, en dat gebeurtenissen en handelingen tijdens dit baringsproces verstrekkende psychologische gevolgen kunnen hebben. Op zich niet verrassend, gezien het feit dat weinig menselijke ervaringen het stress-niveau, de spanning, de pijn, de uitputting en het emotionele tumult van een baring evenaren.” Voor meer informatie over doula’s, zie www.doula.nl
Om verder te lezen
SOSA,R., J.H.KENNELL, M.H. KLAUS ET AL. (1980).
The effect of a suportive companion on perinatal problems, length of labor, and mother interaction. N. Engl. J. Med. 303, pp. 597-600.
HOFMEYR, G.J., V.C. NIKODEM, W. WOLMAN ET AL. (1991). Companionship to modify the clinical birth environment: Effects on progress and perceptions of labour and breastfeeding. Br.J.Obstet.Gynecol. 98, pp. 756-764.
KLAUS, M. EN P. KLAUS (1998). Your amazing newborn. Cambridge, MA: Perseus. – Nederlandse editie: Je wonderbaarlijke baby. Utrecht: Uitgeverij Thoeris.
SCOTT, K.D. G. BERKOWITZ EN M. KLAUS (1999). A comparison of intermittent and continuous support during labor: A meta analysis. Am.J.Obstet.Gynecol. 180, pp. 1054-1059.
KLAUS, M. J.H. KENNELL, EN P. KLAUS (2006). Het doula boek, Beter bevallen met een coach. Amsterdam: Uitgeverij Thoeris bv.
GUREVICH, R. (2003). The Doula Advantage. New York: Three Rivers Press.
TUYL, T.V. EN S. BRUYN (2007). De Doula, emotionele ondersteuning bij de bevalling.